Je darmmicrobioom gezondhouden. Wat doen en wat juist vermijden?

Ons microbioom bestaat uit alle micro-organismen die in ons spijsverteringsysteem leven. Verreweg het grootste deel hiervan bevindt zich in de dikke darm. We kennen het microbioom ook onder de term ‘darmflora’. Maar microbioom is een betere benaming, omdat ons microbioom voor het grootste deel bestaat uit bacteriën die niet tot het plantenrijk behoren (wat flora feitelijk betekent). Het microbioom bevat naast bacteriën ook virussen, gisten en schimmels die in onze darmen leven.
Vandaag de dag weten we inmiddels dat het uit balans zijn van je darmmicrobioom (zgn. dysbiose) betrokken is bij vrijwel elke langdurige ziekte zoals diabetes, zwaar overgewicht (obesitas), hartziekte, hoge bloeddruk, reuma, depressie, cognitief verval, en migraine... Het bewijs voor de rol van het microbioom groeit explosief en met het bewijs groeit ook de verleiding: allerlei bedrijven bieden nu ‘probiotica’ aan, van yoghurtmerken tot gespecialiseerde supplementen, met de belofte je microbioom te optimaliseren. Maar hier zit de valkuil: niet alle probiotica zijn gelijk. En het verschil tussen wat je in de supermarkt vindt en wat wetenschappelijk bewezen werkt, is vaak levensgroot. 1,2
Dit artikel ontrafelt het darmmicrobioom, legt uit wat echt werkt, en, even belangrijk—wat je moet doen en wat je moet vermijden om je darmmicrobioom gezond te houden.
Welke bacteriën bevolken je darmmicrobioom?
Je darmkanaal is ongeveer zeven meter lang. Langs elke millimeter ervan leven biljoenen bacteriële cellen—meer dan je lichaam aan eigen cellen bezit. Al die cellen samen wegen ongeveer anderhalve kilogram, ongeveer hetzelfde als je hersenen. Deze bacteriën leven niet willekeurig: ze vormen een georganiseerde, goed functionerende gemeenschap met duidelijke takken en energienetwerken.
De voornaamste bacteriënfamilies in ons microbioom zijn:
- Bacteroidetes: onder andere Bacteroides, Prevotella en Akkermansia. Spelen onder meer een rol in vezelvertering.2,3
- Firmicutes: onder andere Faecalibacterium, Roseburia, Clostridioides. Dit zijn de producenten van de gezonde korteketenvetzuren.
- Actinobacteria: vooral Bifidobacterium. Betrokken bij ons immuunsysteem en de afbraak van gifstoffen.
- Proteobacteria: deze bacteriën zijn grotendeels schadelijk; verhoogde hoeveelheden ervan wijzen op een verstoring van de balans.
De verhouding tussen de hoeveelheid van Firmicutes- en Bacteroidetes-stammen is een belangrijk teken van gezondheid: bij gezonde mensen schommelt deze rond 1:1 tot 10:1, maar bij langdurige ziekten (denk aan obesitas, diabetes, prikkelbare-darm syndroom) raakt deze verhouding uit balans. Wat goed is om daarbij te weten: ons microbioom is niet aangeboren. Bij de geboorte krijgen we bacteriën van onze moeder mee. Maar daarna wordt ons microbioom gevormd—en voortdurend aangepast—door je leefstijl en invloeden van buitenaf. En dat biedt dus kansen om controle uit te oefenen op de samenstelling en werking van je microbioom.2
Wat doet het microbioom voor je?
Je darm microbioom speelt vier kritieke rollen:
1. Een energiecentrale: productie van korteketenvetzuren
Dit is misschien wel de meest ondergewaardeerde chemische reactie in je lichaam. Wanneer je voedingsvezels eet, uit groente, fruit, volgranen, peulvruchten, kun je die niet rechtstreeks opnemen. Maar je bacteriën uit je darmmicrobioom komen je te hulp: ze zetten deze vezels om in zgn. korteketenvetzuren: acetaat, propionaat en vooral butyraat (boterzuur).3
Butyraat is de favoriete brandstof voor je darmcellen. Het verstevigt de darmwand, voorkomt lekkages, en speelt een centrale rol in de ontstekingsregulatie. Studies tonen aan dat butyraat rechtstreeks het bloedsuiker stabiliseert, hongergevoel vermindert en zelfs de slaapkwaliteit verbetert, door signalen via de vaguszenuw naar de hersenen te sturen.4
Bij een vezelarm dieet verdwijnt de productie van korteketenvetzuren haast helemaal. Dit is één van de redenen waarom ons Westerse dieet (rijk in hoogbewerkt voedsel, arm in vezels) zo schadelijk is.3
2. Een verdedigingswapen: gevormd door de beschermende slijmlaag van de darmwand
Onze darmwand is slechts één cellaag dik—letterlijk dunner dan een haar. Aan de voorkant ligt een beschermende slijmlaag (mucosa), geproduceerd door speciale darmcellen. Dit slijm is niet passief; het is een actief ecosysteem vol bacteriën die de eerste verdedigingslinie tegen gifstoffen en ongewenste micro-organismen vormen.
Eén bacterie in het bijzonder, Akkermansia muciniphila, leeft in dit slijm en stimuleert de productie ervan. Bij gezonde mensen kan tot 5% van de darmflora uit Akkermansia bestaan. Bij mensen met obesitas, diabetes en depressiviteit is dit getal gedaald tot soms minder dan 0,5%. Het gevolg: zonder Akkermansia-bacteriën verzwakt onze beschermende slijmlaag, wat leidt tot darmlekkage, waardoor ongezonde bacteriële producten rechtstreeks in de bloedbaan terecht kunnen komen.2
3. Trainer van ons immuunsysteem
Ons immuunsysteem is in feite getraind door het darmmicrobioom. Bacteriën sturen signalen naar de witte bloedcellen die betrokken zijn bij afweerreacties (lymfocyten) om aan te geven welke indringers welkom zijn, en welke niet. Een gezond microbioom leert het afweersysteem onderscheid te maken tussen goede en slechte invloeden. Een microbioom dat uit evenwicht is, maakt dit onderscheid niet meer, wat kan leiden tot overreactiviteit van je afweersysteem -wat allergieën en auto-immuunziekten in de hand werkt- of juist onderreactiviteit ervan, wat tot infecties kan leiden. Speciale bacteriën produceren afbraakproducten (de zogeheten metabolieten) die bepaalde immuuncellen stimuleren die ervoor zorgen dat ons lichaam zichzelf niet aanvalt. Bij aandoeningen als depressie, reuma en chronische darmontstekingen is de hoeveelheid van deze immuuncellen verminderd.5
4. De darm-hersen as
Het darmmicrobioom is de drijvende kracht achter de darm-hersen as. De bacteriën in onze buik ‘praten’ rechtstreeks met onze hersenen. Ze produceren neurotransmitters als serotonine en dopamine, en andere signalen die via de nervus vagus naar je schedel gaan. Dit verklaart waarom depressie zo sterk aan een verstoorde balans in je darmmicrobioom gelinkt is, en waarom probiotica in onderzoeken depressieve symptomen met 40-50% kunnen verminderen.1
Groeiend inzicht
De laatste jaren is onderzoek naar het darmmicrobioom geëxplodeerd. Door het microbioom te bestuderen, hopen onderzoekers nieuwe behandelingen en preventieve maatregelen te ontwikkelen voor een breed scala aan aandoeningen. Er komen steeds meer wetenschappelijke onderzoeken rondom het microbioom die laten zien hoe belangrijk het is voor onze dagelijkse gezondheid. Al dat onderzoek leidde tot wetenschappelijk bewijs bij een aantal chronische ziektebeelden.
- Metabole ziekten: Wetenschappers ontdekten dat zeer zwaarlijvige mensen een ander Firmicutes/Bacteroidetes-patroon hebben dan mensen zonder zwaar overgewicht. Muisonderzoek laat zien dat transplantatie van micro-organismen uit de ontlasting van slanke muizen gewichtsverlies bij dikke muizen teweeg kan brengen.2
- Diabetes: Het blijkt dat bepaalde Faecalibacterium-stammen insulinegevoeligheid verbeteren, terwijl bepaalde Proteobacteria-stammen deze juist verslechteren.2 Een lage insulinegevoeligheid (ook wel insulineresistentie genoemd) is een belangrijke oorzaak en voorstadium van diabetes type 2.
- Depressie: Studies tonen aan dat bij ongeveer 40% van de mensen met depressie sprake is van disbalans in het microbioom. Het blijkt dat probiotica effectiever kunnen werken dan placebo, en soms net zo effectief zijn als gangbare antidepressiva.1
- Hersenveroudering: Studies bij ouderen toonden aan dat een afname in de hoeveelheid verschillende micro-organismen in het microbioom voorafgaat aan cognitieve achteruitgang. Cognitieve achteruitgang is een vermindering van het vermogen om informatie te verwerken, gekenmerkt door problemen met geheugen, concentratie, taal, planning en oriëntatie.
Heeft het zin om ons eigen microbioom een handje te helpen, bijvoorbeeld door kant- en klare yoghurt met levende micro-organismen (‘probiotica’) te kopen?
Het gebruik van probiotica en prebiotica (vezels voor deze micro-organismen) kan ook helpen bij het ondersteunen van een gezond microbioom, maar je moet daarbij rekening houden met het onderstaande
Allereerst is de dosering van de kolonievormende eenheden (CFU’s) simpelweg te laag. Wetenschappelijke studies tonen aan dat er, om echt effect te hebben, tussen de 1 en 10 miljard CFU’s per dag nodig zijn. Er is geen enkel commercieel beschikbaar product wat daar ook maar in de buurt komt.
Daarnaast is lang niet altijd duidelijk welke bacteriën er precies in het yoghurtpotje zitten. De meeste producten vermelden niet specifiek om welk subtype bacterie het gaat. En dat is wel degelijk van belang. Om welke Lactobacillus gaat het bijvoorbeeld? Lactobacillus plantarum JYLP-326 komt in onderzoeken als effectief bij depressie naar voren, maar die effecten worden niet gezien bij ongespecificeerde Lactobacillus-soorten.7
Ook maakt het uit hoe de probiotica wordt bewaard. De micro-organismen erin blijven tot wel 2 jaar in leven als de probioticaproducten vacuümverpakt bij koelkasttemperatuur bewaard worden. Maar bij kamertemperatuur neemt dat af tot 3 maanden. Nog warmer, en dan is een week eigenlijk al te lang. Yoghurt in de supermarkt wordt vaak niet onder de perfecte omstandigheden gekoeld, en ondergaat soms warme opslagperioden. Het gevolg is dat niet duidelijk is of het optimale aantal CFU’s (dat sowieso al te laag was) wel gehaald wordt.
Tot slot is er ook een verschil tussen hoe commerciële voedselproducenten hun producten fabriceren en hoe farmabedrijven hun farmaceutisch gespecialiseerde producten maken. Simpel gesteld: commercieel geproduceerde probiotica is minder consistent en betrouwbaar qua gehalte probiotica dan farmaceutisch geproduceerde probiotica die wettelijk aan strenge kwaliteitseisen moeten voldoen.6
Medicinale probiotica hebben een gegarandeerde hoeveelheid CFU’s tot de uiterste houdbaarheidsdatum en bevatten micro-organismen die tot op subtype-niveau (op ‘species niveau’) gespecificeerd zijn. Zulke probiotica zijn alleen via artsen verkrijgbaar.6
Als het dus gaat om de inzet van probiotica als medicijn, dan voldoen de supermarktproducten niet.
Van microbioomtesten tot poeptransplantatie
Er is de laatste jaren een markt ontstaan voor microbioomtesten. Allerlei bedrijven bieden microbioom testkits aan, waarbij mensen een poepmonster laten analyseren en dan precies te horen krijgen of er sprake is van disbalans in hun microbioom, en wat daaraan gedaan kan worden. Maar er bestaat niet zoiets als ‘een perfect microbioom’; ieder mens heeft zijn eigen genetische variaties, leefstijl en omgevingsfactoren. Daarom is niet bewezen dat bepaalde diëten of supplementen het microbioom zomaar weer herstellen. De wetenschap heeft daarom het standpunt dat microbioomtesten nuttig kunnen zijn voor onderzoeksdoeleinden in academische omgevingen, maar niet voor routinematige klinische diagnostiek in het dagelijks leven.
Fecale Microbiota Transplantatie (FMT): wanneer radicaal ingrijpen nodig is
Fecale Microbiota transplantatie (FMT) klinkt op het eerste gezicht huiveringwekkend: je krijgt letterlijk de ontlasting van een gezonde donor in je darmen. In de wandeling wordt het ook een poeptransplantatie genoemd. Maar biologisch gezien is het elegant: je herstelt het volledige microbioom in één keer. FMT is als behandeling goedgekeurd en zeer effectief voor steeds terugkerende Clostridioides difficile infecties. Een Clostridioides difficile (C. difficile) infectie is een darminfectie veroorzaakt door een bacterie die gifstoffen (toxines) produceert, vaak na gebruik van antibiotica waarvoor deze bacterie resistent is. Het uit zich in milde tot ernstige waterige diarree, buikpijn en koorts, vooral bij ouderen of ziekenhuispatiënten.
FMT wordt daarnaast onderzocht voor andere aandoeningen, met voorlopige resultaten die veelbelovend zijn:8
- Langdurige ontstekingen van de darm (IBD): Mild tot matig ulceratieve colitis (ontsteking van de dikke darm gepaard met zweren); afname van de ziektesymptomen met 33% met FMT vergeleken met een afname van 16% met een nepmiddel (placebo).5
- Metabole syndroom/obesitas: Vroege bevindingen suggereren enig voordeel; meer onderzoeken zijn nodig.2
- Depressie/angststoornis: Experimenteel; potentieel effect via de hersen-darm-as, maar dit is nog niet voldoende bewezen.1
Zó help je je microbioom: 5 dingen om te doen en 5 dingen om te laten
We kunnen zelf best maatregelen nemen om ons microbioom in een tip top conditie te houden. Het microbioom reageert namelijk op drie belangrijke en beïnvloedbare factoren: dieet, slaap en beweging.3,4
Doen: dit helpt je microbioom
1. Vezels eten3
Voedingsvezels zijn de voornaamste voedingsbron voor nuttige bacteriën in de darmen. Hoe meer vezels, des te meer korteketenvetzuren worden er geproduceerd. De Wereldgezondheidsorganisatie WHO beveelt minstens 30 gram vezels per dag aan. Dat lijkt weinig, maar het gemiddelde Westerse dieet bevat doorgaans minder dan de helft daarvan.3 Een vezelrijk dieet verhoogt het aandeel van Prevotella, Faecalibacterium en Roseburia-bacteriën en verlaagt het schadelijke Proteobacteria-gehalte. Daarnaast zorgt het voor een toename van de productie van korteketenvetzuren.3
Goede bronnen voor vezelrijke voeding zijn:3
- Volkoren granen (25 gram vezels per 100 gram)3
- Peulvruchten zoals linzen, bonen, kikkererwten (6–7 gram per kopje)3
- Groente (broccoli, spruitjes: 2–3 gram per portie)3
- Fruit met schil (appel, peer: 3–5 gram per stuk)3
- Zaden: vlas, sesamzaad (7–9 gram per eetlepel)
2. Polyfenolen consumeren3
Polyfenolen zijn plantaardige antioxidanten die je eigen enzymen niet kunnen afbreken, maar je bacteriën wel. Wanneer bacteriën polyfenolen fermenteren, produceren ze bioactieve afbraakproducten (metabolieten).3
Polyfenolen tref je aan in:3
- Rood/purper fruit: blauwe bessen (260 milligram polyfenolen per 100 gram), frambozen, granaatappel3
- Rode wijn (150 mg/glas) en thee, vooral groene en zwarte thee (100–200 mg per kopje)
- Chocolade, cacao (600 mg polyfenolen per 100 g, bij voorkeur puur)3
- Olijfolie (extra vergine olijfolie bevat 50–100 mg polyfenolen per 50 ml)3
- Kruiden en specerijen: oregano, tijm, kaneel
Er gaat een versterkende werking uit van de combinatie van polyfenolen en vezels waardoor de productie van korteketenvetzuren veel sterker aangejaagd wordt dan vezels en polyfenolen afzonderlijk doen. Gezonde Akkermansia-bacteriën varen wel bij polyfenolen terwijl ziekteveroorzakende bacteriën juist minder voorkomen.2,3
3. Mediterraans dieet3
Het mediterraanse dieet is rijk aan groente, fruit, peulvruchten, noten, olijfolie en vis, en juist arm aan rood vlees en ultrabewerkt voedsel. Wie het mediterraanse eetpatroon volgt bevordert daarmee: Prevotella, Faecalibacterium, Bacteroides-bacteriën, terwijl het aandeel Firmicutes en Bacteroidetes wordt beperkt. De productie van lipopolysaccharide, een gifstof die wordt afgescheiden door ziekteverwekkende bacteriën neemt af, terwijl de productie van korteketenvetzuren toeneemt. Dat verlaagt mogelijk het risico op hart- en vaatziekten en op cognitieve achteruitgang.3
4. Dag- en nachtritme4
Onze darmen volgen een duidelijk dag- en nachtritme, het circadiaanse ritme. Dit ritme bepaalt wanneer bepaalde bacteriën actief zijn en afbraakstoffen (metabolieten) produceren, en wanneer ze in rust zijn. Onderzoeken hebben vastgesteld dat te weinig slaap de microbiële diversiteit benadeelt. Circadiaanse desynchronisatie (verschillende slaaptijden, bijvoorbeeld bij mensen die nachtdiensten draaien) leidt zelfs tot bacteriële groei die ontstekingen bevordert. Een normaal slaappatroon van 7 tot 9 uur slaap per etmaal zorgt voor een stabiel microbioom met een hoge diversiteit van micro-organismen.4
5. Regelmatige lichaamsbeweging4
Mensen die veel aan lichaamsbeweging doen, hebben 20 tot 25% meer microbiële diversiteit dan mensen die veel tijd zittend doorbrengen, zelfs wanneer hun dieet constant gehouden wordt. Lichaamsbeweging heeft een positief effect op korteketenvetzuur-producerende bacteriën als Roseburia en Faecalibacterium. Het vergoot tevens de microbiële diversiteit en verbetert het darmmilieu voor bepaalde stammen. Er hoeft niet eens heel veel gesport te worden: 150 minuten matig-intensieve lichaamsbeweging per week (dat komt neer op een half uur per dag, 5 dagen in de week) zorgt al voor aantoonbare positieve microbiële veranderingen.4
Laten: dit schaadt je microbioom
1. Ultrabewerkt voedsel3
Ultrabewerkt voedsel, dat zijn industrieel gemaakte producten vol met additieven, emulgatoren, conserveermiddelen, synthetische zoetstoffen, is een regelrechte microbioom-killer. Wie veel ultrabewerkt voedsel consumeert vermindert de microbiële diversiteit van het microbioom met 20 tot 40%. Ziekmakende bacteriën tieren er juist welig bij. Intussen verslechtert de darmwand-integriteit en neemt de productie van korteketenvetzuren sterk af. Van kunstmatige zoetstoffen is bekend dat ze de glucosetolerantie kunnen destabiliseren. Emulgatoren (chemicaliën die vetten en water laten mengen) zorgen voor directe bacteriële schade en tasten de darmwand aan. En conserveermiddelen lijken nuttige bacteriën meer af te remmen dan schadelijke.3
2. Suiker
Toegevoegde suiker (dus niet de natuurlijke fruitsuikers) voedt vooral ziekteverwekkende bacteriën, niet de nuttige. Dit zorgt voor een verslechterde glucosehuishouding en voor een groei van ontstekingen veroorzakende bacteriestammen. De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) beveelt aan de hoeveelheid toegevoegde suiker tot 25 gram per dag te beperken.3
3. Antibiotica
Het is een onontkoombaar feit: antibiotica zijn soms nodig, maar ze wissen je microbioom bijna volledig uit. Antibiotica maken namelijk geen onderscheid tussen goede en slechte bacteriën. Eén enkele antibioticakuur ontregelt je microbioomsamenstelling voor weken tot maanden. Langdurig antibioticagebruik (meer dan 2 weken) kan permanent nuttige stammen verdrijven.
- Als antibiotica nodig zijn, neem ze. Maar liefst zo kort mogelijk.
- Vraag je arts of selectieve antibiotica mogelijk zijn. Breedspectrumantibiotica zijn heel schadelijk voor je microbioom.
- Na afronding van een antibioticakuur is het verstandig om vezelrijke voeding te eten, dat helpt om je microbioom te herstellen.3
- Er is onvoldoende wetenschappelijk bewijs voor het nut van probiotica na een antibioticakuur. Veel studies tonen geen significante versnelling van herstel.1
4. Stress en slaaptekort4
Stress verhoogt het cortisolgehalte, wat de doorlaatbaarheid van de darmwand verhoogt en ontstekingsstimulerende bacteriën bevordert. Het is aangetoond dat slaaptekort (minder dan 7 uur per nacht gedurende een langere tijd) een negatieve invloed uitoefent op de microbiële diversiteit. Verbeteren van slaapduur en –kwaliteit is dus zinvol. Denk aan meditatie, yoga, of een wandeling kort voor bedtijd. Laat onderzoeken of je mogelijk last hebt van een slaapstoornis zoals apneu, een aandoening waarbij je ademhaling tijdens je slaap herhaaldelijk voor ten minste 10 seconden stopt (apneu) of sterk vermindert (hypopneu). Dit gebeurt door een blokkade in de luchtweg, vaak door verslapte spieren in de keel, wat leidt tot zuurstoftekort, snurken en een verstoorde nachtrust. En hanteer daarnaast een gezonde slaaphygiëne: probeer steeds eenzelfde bedtijd aan te houden, zorg voor goede verduistering in je slaapkamer en stop een uur voor het slapen gaan met het turen naar beeldschermen. 4
5. Overdreven hygiëne
Dit klinkt contra-intuïtief, maar extreme hygiëne—overdreven handenwassen, bacteriedodende producten overal— zorgt ervoor dat je te weinig blootgesteld raakt aan allerlei micro-organismen. Zonder regelmatige blootstelling daaraan kan ons immuunsysteem niet leren ze te herkennen. Wie een antiseptisch leven leidt, vergroot het risico op allerlei auto-immuunziekten.¹⁰