Vermoeidheidsklachten na een infectie (PAIS)

Langdurige klachten na Q-koorts, COVID-19 en andere infecties vallen steeds vaker onder één noemer: post-acute infectiesyndromen (PAIS): ziekten waarbij we de precieze oorzaak nog niet kennen maar wél steeds meer snappen over mechanismen die ze veroorzaken en mogelijke leefstijlinterventies. PAIS is een verzamelterm voor langdurige klachten die ontstaan na een infectie en niet meer verdwijnen als de acute ziekte allang voorbij is. Bekende voorbeelden zijn Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS), long COVID, myalgische encefalomyelitis (ME), chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), post-Lyme en restklachten na een bloedvergiftiging (sepsis). ¹¯³
De voornaamste klachten van deze ziekten lijken opvallend veel op elkaar: ernstige vermoeidheid, een verergering van klachten na (over)belasting -ofwel: post-exertionele malaise (PEM)-, cognitieve problemen (zoals ‘brainfog’), slaapstoornissen en pijn. Vaak zorgen die klachten voor forse beperkingen in werk en sociaal leven.¹¯³ Bij Q-koorts ontwikkelt circa 10 tot 20% van de patiënten een langdurig vermoeidheidssyndroom, met klachten die tien jaar of langer kunnen aanhouden en een sterk verlaagde kwaliteit van leven geven. ⁴¯⁵
Eva Hartman is niet-praktiserend huisarts en medisch adviseur bij C-support. Zij helpt cliënten met advies over de gevolgen van hun klachten voor hun gezondheid, werk en dagelijks leven, en kijkt mee welke zorg of ondersteuning passend is. In een interview gaat zij in op we nu weten over PAIS, waarom de één ziek wordt en de ander niet, en wat patiënten zelf kunnen doen met voeding, vasten, beweging en andere leefstijlfactoren.
C-support en Q-support zijn stichtingen die door het ministerie van VWS worden gefinancierd en nazorg bieden aan mensen met respectievelijk post-COVID en Q-koortsgerelateerde klachten. Onlangs werd echter bekend dat in de voorjaarsnota is opgenomen dat de financiering na 2026 stopt. Dat houdt in dat deze nazorg moet worden afgebouwd en patiënten mogelijk hun vertrouwde aanspreekpunt verliezen. De mogelijke gevolgen zijn volgens C-support en Q-support minder gespecialiseerde begeleiding, meer druk op de reguliere zorg en extra onzekerheid voor mensen die nu nog op deze ondersteuning rekenen.
Hoe ben je in dit vakgebied terecht gekomen?
Eva Hartman: “Ik ben van oorsprong bioloog en later opgeleid tot arts-onderzoeker. Tijdens mijn huisartsenopleiding raakte ik gefascineerd door zoönosen – infecties die van dier op mens overspringen – omdat daar in de reguliere opleiding nauwelijks aandacht voor was. Via huisarts en Q-koorts-pionier Alfons Oude Lohuis kwam ik bij Q-support terecht, waar ik jarenlang het werk als huisarts combineerde met begeleiding van QVS patiënten. Inmiddels werk ik in een team van adviserende artsen bij de stichting Q-/C-support. In die hoedanigheid spreek ik veel post-COVID‑patiënten en ondersteun ik huisartsen bij de zorg voor mensen met QVS en long COVID.”
Wat verstaan we precies onder PAIS?
Eva Hartman: “PAIS – post-acuut infectie syndroom- is een parapluterm voor aanhoudende of terugkerende klachten na een infectie die niet goed herstelt. De bron van de klachten is divers (zie afbeelding), maar de symptomen zijn vaak hetzelfde. We zien eenzelfde kern van ernstige vermoeidheid, PEM, cognitieve klachten, pijn en slaapstoornissen. Het bijzondere bij al die symptomen is dat de oorspronkelijke ziekteveroorzaker vaak niet meer aantoonbaar is, terwijl het lichaam duidelijk nog steeds niet als normaal functioneert. Mensen vallen uit op hun werk, verliezen hun oude leven en komen terecht in een traject waarin zorgverleners, verzekeraars en patiënten zelf nog zoekende zijn.” ¹´³
Je begon jouw werk met PAIS met Q-koorts. Hoe groot is de impact van QVS op de lange termijn?
Eva Hartman: “Uit Nederlandse data weten we dat een aanzienlijk deel van de mensen na een acute Q‑koortsinfectie langdurig vermoeid blijft; studies noemen percentages van rond de 10–20%. In een grote QVS onderzoeksgroep, meer dan tien jaar na infectie, zien we een zeer hoge vermoeidheidsscore, veel PEM en een sterk verlaagde kwaliteit van leven. Dat wordt in cijfers uitgedrukt met de zogeheten EQ‑5D‑index. De mensen met QVS scoorden rond 0,6, waar de algemene bevolking rond 0,8 tot 0,9 zit. ⁴′⁵ Datzelfde patroon – langdurige ziektelast, veel vermoeidheid en sterke beperkingen – herkennen we nu ook bij long COVID.” ¹′³′⁵
Waarom krijgt de één PAIS en de ander niet?
Eva Hartman: “Die ene oorzaak kennen we nog niet. Wat we nu bij de huidige stand van het onderzoek zien is een soort ‘mozaïek’ van mechanismen waarbij oorzaak en gevolg nog niet helemaal duidelijk is. In de praktijk zien we bijvoorbeeld dat vrouwen vaker post‑COVID ontwikkelen en dat mensen met ADHD‑ of autismeachtige kenmerken oververtegenwoordigd lijken. Ook zien we veel perfectionistische mensen, die al jaren ‘op hun tenen liepen’ waarbij een besmetting opeens hun systeem op de kop zet. Maar een goed omschreven factor die voorspelt wie een hoog risico op PAIS heeft, hebben we nog niet.”
En hoe staat het dan met de diagnostiek? Bestaan er testen die klip en klaar aangeven dat iemand PAIS heeft?
Eva Hartman: “Helaas, nee. De diagnose blijft in de praktijk klinisch: op basis van klachtenpatroon, het tijdsverband met de infectie en het uitsluiten van andere oorzaken. Er is nog geen enkele labtest die als dé gouden standaard geldt.” ⁴′⁵ Dat betekent voor de zorgverlener dus balanceren tussen overdiagnostiek en onderdiagnostiek. Ook als iemand inmiddels al jaren ziek is. Mensen kunnen namelijk ook nog “gewoon” een andere ziekte erbij krijgen. Op sommige ziekten lijkt zelfs een verhoogd risico, zoals diabetes.7 “
“Leefstijl is één van de knoppen waar je samen met de patiënt aan kunt draaien.”
Hoe staat het met de behandeling van PAIS, zijn er behandelingen die een gunstig effect hebben?
“Een echt curatieve behandeling die de oorzaak van de ziekte aanpakt, is er nog niet. Maar er komt wel steeds meer zicht op behandelbare symptomen. Daarmee lukt het vaak, stap voor stap, ‘de volle emmer’ aan symptomen iets leger te krijgen en de kwaliteit van leven positief te beïnvloeden. Daarom kijken we ook naar leefstijl: dat is één van de knoppen waar je samen met de patiënt aan kunt draaien.”8
Je noemt het microbioom als mogelijke ‘eerste dominosteen’. Kun je dat toelichten?
Eva Hartman: “Bij veel PAIS zien we aanwijzingen voor een verstoord microbioom en een ontregelde darm-hersen-as.¹′² Bij mijn werk voor Q-support viel het me al vroeg op hoe extreem veel mensen buikklachten hadden, vaak al vóór de infectie, die daarna nog veel erger werden. Analyse van de QVS‑database liet zien dat prikkelbare-darm-achtige klachten duidelijk vaker voorkwamen dan in de algemene bevolking. Ik vind dat geen verrassende gedachte. Als het microbioom al kwetsbaar is, kan een infectie de boel net over het randje duwen. Een verstoord microbioom kan leiden tot chronische ontsteking, ontregeling van immuunsysteem en hormonen, veranderingen in neurotransmitters, noem maar op. Dat kan een cascade in gang zetten die veel van de andere afwijkingen die we zien – bijvoorbeeld aan mitochondriën en het autonome zenuwstelsel – mede voedt.”
Je deed met Q-support een project met gepersonaliseerde microbioombehandeling. Wat hield dat in en wat is er ontdekt?
Eva Hartman: “Samen met het Microbiome Center hebben we een groep van ongeveer tachtig mensen met QVS en forse buikklachten begeleid. Zij kregen een microbioomanalyse, gepersonaliseerde probiotica én leefstijladviezen, met systematische dataverzameling. Het was geen wetenschappelijke studie, maar een praktijkproject. Opvallend was dat meer dan de helft van deze mensen – vaak al vijftien jaar ziek – een duidelijk positief effect rapporteerde, vooral op vermoeidheid, buikklachten en cognitieve klachten. Dat is geen hard bewijs, maar wel reden genoeg om dit soort gecombineerde microbioom‑ en leefstijlbenaderingen verder in goed opgezet onderzoek te testen.”
Er is veel te doen rond beweegadviezen bij PAIS. Veel patiënten met PAIS krijgen te horen: ‘ga rustig opbouwen, ga lekker fietsen’, en blijken dan de ‘man met de hamer’ tegen te komen. Hoe komt dat?
Eva Hartman: “Bij een groot deel van de mensen met QVS, long COVID en ME/CVS zien we post‑exertionele malaise (PEM): klachten die verergeren na fysieke, cognitieve of emotionele inspanning, vaak met vertraagde terugslag. Normaal gesproken wordt na ziekte de belastbaarheid stap voor stap opgebouwd. Maar voor mensen met PEM kan dat averechts werken en echt schadelijk zijn. We zien objectieve aanwijzingen voor spierschade, afwijkende mitochondriale respons en soms cardiale of vasculaire afwijkingen na overbelasting.”¹′²
“Dat betekent niet dat je mensen maar volledig stil moet laten liggen, want ernstige patiënten kunnen óók verder achteruit gaan. De kunst is om precies onder de PEM‑grens te blijven. Dat vraagt om gepersonaliseerde fysiotherapie of ergotherapie, liefst door zorgprofessionals met kennis van PAIS, en soms met hulpmiddelen zoals hartslagmonitoring of metingen naar de variatie in tijd tussen opeenvolgende hartslagen (HRV-metingen) om beter in te schatten waar iemands belastbaarheidsgrens ligt.”
Is posturaal orthostatisch tachycardiesyndroom (POTS), waarbij mensen duizelig worden als ze overeind gaan staan, ook een PAIS-symptoom?
Eva Hartman: “Veel mensen met PAIS hebben klachten die samenhangen met rechtop gaan staan. We noemen dat orthostatische intolerantie: rechtop staan geeft brainfog, misselijkheid, hartkloppingen, extreme vermoeidheid – maar niet iedereen beschrijft dat als ‘duizelig’. Daardoor wordt PAIS vaak gemist. Met een simpele test (de NASA Lean-test) in de huisartsenpraktijk kun je POTS vaak al aantonen. De basisbehandeling is verrassend ‘low tech’: mensen moeten zo’n drie liter water per dag drinken, flink meer zout – richting 10 tot12 gram per dag – binnenkrijgen en steunkousen dragen, waardoor het bloedvolume toeneemt en de doorbloeding naar hersenen en organen bij opstaan verbetert. Dat moet je wél gecontroleerd doen, met monitoring van nierfunctie, kalium en bloeddruk en eventueel aangevuld met medicatie. Ik zie patiënten die hierdoor alweer aanzienlijk meer rechtop‑tijd en energie krijgen.”
Ook MCAS (Mestcelactivatiesyndroom) is een veel voorkomend en onbekend fenomeen na een doorgemaakte COVID-infectie, klopt dat?
Eva Hartman. “Ja, dat klopt. Er is nog veel onduidelijk over dit syndroom bij Post-COVID maar we zien veel klachten passend bij mestcelactivatie. Dit zijn uiteenlopende klachten als loopneus of verstopt neus, astmatische klachten, netelroos, hoofdpijn, hersenmist, POTS en pijn in de gewrichten. Het zijn vaak mensen die in de voorgeschiedenis al hooikoorts of andere allergieën hadden. Het mooie is dat mensen echt op kunnen knappen van een behandeling met anti-hooikoortsmiddelen en rekening houden met triggers die voor hun gelden. Je moet dan denken aan voedingsmiddelen, temperatuurveranderingen en snelle weersveranderingen. Vinden van de juiste medicatie is soms wel een zoektocht.”
Wat weten we over de rol die voeding speelt bij PAIS?
Eva Hartman: “In onze QVS‑database zagen we dat veel patiënten hun eetpatroon aanpassen en dat een groot deel aangeeft dat dit hun klachten vermindert. Daarnaast gebruikt een ruime meerderheid supplementen, maar daar is de onderbouwing vaak zwak voor, dat zien we ook in andere PAIS‑cohorten. Wetenschappelijk bewijs is nog beperkt, maar er zijn consistente lijnen: een mediterraan, overwegend plantaardig, suikerarm voedingspatroon lijkt gunstig voor ontsteking, metabole regulatie en het microbioom. We weten dat bij PAIS de bloedsuikerregulatie vaak verstoord is, daarom ook dat verhoogde risico op diabetes, en dat mensen met veel kleine eetmomenten en snelle suikers in een soort ‘suikerschommel’ belanden. Minder eetmomenten en minder suiker helpt dan vaak al om de energiedips te dempen.”
Hebben mensen met long COVID baat bij intermittent fasting, waarbij mensen gedurende 8 uur mogen eten, gevolgd door 16 uur vasten?
Eva Hartman: “Ja, er is inmiddels een studie⁶ bij 58 mensen met long COVID gedaan, die twee vormen van intermittent fasting vergeleek, allebei gecombineerd met een suikervrij dieet. In de intensievere variant aten deelnemers dagelijks binnen een 8‑uurs eetvenster én ondergingen zij wekelijks een vastenperiode van gemiddeld zo’n 38 tot 42 uur waarbij alleen water gedronken werd. Na tien weken daalde de gemiddelde symptoomscore met ruim 50% en het aantal long‑COVID‑symptomen met ruim 40%; de intensievere vastenvariant was daarbij duidelijk effectiever. Er waren geen ernstige bijwerkingen. Dat is veelbelovend, maar het blijft één studie met relatief korte follow‑up; we moeten dit nog in grotere studies bevestigen en goed kijken voor wie het veilig en haalbaar is. Intermittent fasting is niet voor iedereen een optie.”
Wanneer is vasten níet verstandig?
Eva Hartman: “Sommige mensen krijgen gastroparese: de maag loopt traag leeg, eten kost enorm veel energie en ze zijn juist overgestapt op heel kleine, frequente maaltijden om überhaupt iets binnen te houden. Als je zo iemand plotseling op twee grote maaltijden en een lange vastenperiode zet, krijg je gegarandeerd problemen. Bij mensen die redelijk mobiel zijn, goed kunnen eten en vooral kampen met veel snack‑ en suiker‑momenten, kan het wél een goede interventie zijn om eerst het aantal eetmomenten en de suikerinname terug te brengen en later pas met vastenvensters te experimenteren. Bij voorkeur doe je dit samen met een diëtist of arts doet. Bij ondergewicht, eetstoornisgeschiedenis, diabetes of complexe comorbiditeit vind ik dat een vereiste”
Kun je een paar concrete dingen noemen die patiënten relatief veilig kunnen uitproberen?
Eva Hartman: “Met de kanttekening dat niets ‘one size fits all’ is, noem ik vaak:
- Minder suiker en snelle koolhydraten – zeker in dranken – én minder eetmomenten. Dat helpt de bloedsuiker te stabiliseren en ontlast mogelijk het microbioom.
- Kiezen voor een mediterraan of overwegend plantaardig voedingspatroon: veel groenten, peulvruchten, volkoren granen, noten, olijfolie en beperkt vlees.
- Na een heftige buikgriep of andere darminfectie tijdelijk oppassen met melkproducten; veel mensen houden onbewust langere tijd diarree en buikklachten door een voorbijgaande lactose-intolerantie.
- Bij duidelijke buikklachten kan een proefperiode met tarwearm of glutenvrij eten zinvol zijn, mits onder begeleiding.
- Bij een vermoeden van mestcelactivatiesyndroom (MCAS) kunnen, buiten hooikoortsmedicijnen en het vermijden van triggers, histaminearme diëten helpen Dat zijn complexe diëten, dus daar hoort écht een ervaren diëtist bij. Alcohol en koffie zijn bekende triggers en meestal het eerste wat ik zou weglaten.”
“Belangrijkste boodschap: gooi niet in één keer je hele voedingspatroon om. Je hebt weinig energie; doe kleine, haalbare stappen en kijk vooral wat jou daadwerkelijk iets oplevert.”
‘Ga niet op eigen houtje grote stapels supplementen slikken omdat het misschien helpt’
Veel mensen grijpen naar supplementen. Wat zegt de wetenschap daarover?
Eva Hartman: “Er is opvallend weinig goed onderzoek naar supplementen bij PAIS en long COVID. Voor vitamine D is er beperkt en tegenstrijdig bewijs: enkele studies laten verbetering zien, andere niet.¹′² Mijn advies: laat door een arts gericht bloedonderzoek doen als je weinig buiten komt, ernstig vermoeid bent, slecht eet of veel spijsverteringsproblemen hebt. Corrigeer echte tekorten, maar ga niet op eigen houtje grote stapels supplementen slikken ‘omdat het misschien helpt’. Dat is duur, kan bijwerkingen geven en leidt vaak tot teleurstelling.”
Leefstijl is meer dan voeding en beweging: welke rol spelen slaap en ‘levend verlies’ bij PAIS?
Eva Hartman: “Mensen met PAIS ervaren ‘levend verlies’: ze raken hun oude zelf kwijt, hun werk, soms hun financiële zekerheid en een deel van hun sociale netwerk. Dat is geen gewone rouw die na een jaar wel over is; het is aanhoudende rouw, terwijl je óók nog moet proberen beter te worden. Als hulpverlener is het cruciaal om dat te erkennen en mensen niet alleen als ‘revalidatieproject’ te benaderen. Soms is de belangrijkste eerste stap niet nóg een interventie, maar juist helpen bij acceptatie, grenzen stellen, mildheid naar zichzelf en rouwverwerking. Pas als er een beetje ruimte komt in dat emotionele vat, kun je samen kijken welke leefstijlstap het meeste oplevert.”
VIJF LEEFSTIJLSTRATEGIEËN
- Pacing en energiemanagement.
- “Leer je energie verdelen over de dag en de week, binnen je ‘energie‑envelop’. Voorkom grote pieken waarna je instort. Dat klinkt simpel, maar vraagt vaak begeleiding door een ergotherapeut of fysiotherapeut die PAIS kent.”
- Screenen op en behandelen van POTS/orthostatische intolerantie.
- “Laat bij duidelijke klachten bij het overeind komen een NASA Lean-test doen en, als POTS speelt, onder supervisie van arts of gespecialiseerd team werken met extra vocht, zout en eventueel steunkousen of medicatie.”
- Denk aan MCAS en doe daarnaast eenvoudige voedingsaanpassingen: minder suiker, minder eetmomenten, meer mediterraan.
- “Begin met wat bijna altijd veilig is: minder suiker (zeker in dranken), minder snackmomenten, méér volwaardige plantaardige voeding. Eventueel later uitbreiden met – onder begeleiding – intermittent fasting als dat bij iemand past.”
- Rust, slaap en prikkelreductie serieus nemen.
- “Zorg voor een voorspelbaar dag‑nachtritme, bouw schermtijd en prikkels af in de avond, en accepteer dat je brein minder kan dan vroeger. Overprikkeling is bij veel patiënten een grote PEM‑trigger.”
- Stoppen met roken en matigen/stoppen met alcohol.
- “Roken is slecht voor alles, maar in het bijzonder voor mensen met al bestaande vaat‑ en ontstekingsproblemen. Alcohol verergert vaak vermoeidheid, slaapstoornissen en bij MCAS de histamineklachten – dat is dus echt laaghangend fruit.”
“Belangrijkste vind ik dat patiënten weten: er ís iets te doen. Niet in de zin van een quick fix of wondermiddel, maar wel in de zin van samen zoeken welke combinatie van leefstijl, symptoombehandeling en ondersteuning het vat een beetje leger maakt, zodat het lichaam weer ruimte krijgt voor herstel. Voor zorgverleners geldt; hou in je behandeling rekening met de veranderlijke aard van de ziekte. Wat je patiënt de ene keer kan, kan de volgende keer niet. En de cognitieve problemen zorgen er voor dat je iets vaak in stukjes moet hakken, vaker moet herhalen en dat de afspraak vergeten ook heel normaal is. ”
REFERENTIES
1. Trautmann A. Core features and inherent diversity of post-acute infection syndromes. Front Immunol. 2025;16:1509131. doi:10.3389/fimmu.2025.1509131.
2. Appelman B. Postacute infectiesyndromen. Amsterdam UMC; 2025. Available from: https://pure.amsterdamumc.nl/en/publications/postacute-infectiesyndromen/
3. DysImmune Research Aotearoa. Post-Acute Infection Syndromes (PAIS). Auckland (NZ); 2024. Available from: https://www.dysimmune.nz/post-acute-infection-syndromes/
4. Morroy G, Peters JB, van Nieuwenhof M, et al. The health status of Q-fever patients after long-term follow-up. BMC Infect Dis. 2011;11:97. doi:10.1186/1471-2334-11-97.
5. Spronk I, et al. Long-term health outcomes of Q-fever fatigue syndrome patients. Epidemiol Infect. 2023;151:e179. doi:10.1017/S0950268823001401.
6. Bunker T, Horne BD, Baldwin MD, et al. Intermittent fasting and a no-sugar diet for Long COVID symptoms: a randomized crossover trial. Sci Rep. 2025;15:27563. doi:10.1038/s41598-025-07461-0.
7. Shitaye G, Getie M, Mekonnen Z, D'Abrosca G, Fattorusso R, Isernia C, Amuamuta A, Malgieri G. Molecular analysis of long COVID and new-onset diabetes mellitus: pathobiological relationships and current mechanistic views. Front Endocrinol (Lausanne). 2025 Dec 18;16:1737894. doi: 10.3389/fendo.2025.1737894. PMID: 41488148; PMCID: PMC12756089.
8. Ned Tijdschr Geneeskd. 2025;169:D8523